Nieuws & Ontwikkelingen

Investeren in personeel krijgt minder prioriteit van werkgevers

In een SCP publicatie wordt nader ingegaan op 'Vraag naar arbeid 2015'. Belangrijke thema’s die aan bod komen, zijn: arbeidsmobiliteit, flexibilisering, duurzame inzetbaarheid en diversiteitsbeleid. Er is gebruikgemaakt van een langlopend onderzoek onder werkgevers dat het SCP uitvoert.


Investeringen in scholing en van-werk-naar-werk-activiteiten nemen niet toe


Meer specifiek zien we deze tendens terug in een aantal ontwikkelingen. Ten eerste nemen investeringen van werkgevers in scholing niet toe, ondanks de maatschappelijke aandacht voor de ‘duurzame inzetbaarheid’ van werknemers.
Het aandeel bedrijven met werknemers dat een cursus of opleiding volgde, lag in de periode 1994-2012 steeds tussen de 70% en 80%. Ten tweede nam het aandeel bedrijven dat van-werk-naar-werk-activeiten toepast (het begeleiden van met ontslag bedreigd personeel naar ander werk), af van 35% in 2007 naar 27% in 2013. Tegelijkertijd nam het aandeel bedrijven dat bezig is met inkrimping van het personeelsbestand toe. Juist in een tijd dat het het hardst nodig is, zijn vanwerk-naar-werk-activiteiten voor werkgevers blijkbaar moeilijk te realiseren.

Download: "Vraag naar arbeid 2015" (pdf, 135 pagina's)



Rudy Kesler
Bron: SCP

_____________________________________________________________________

Belastingdienst: Scheiden. Wat nu?

Gaat u scheiden of uit elkaar? Dan spelen er naast alle emoties ook veel praktische zaken. Vaak nogal ingewikkeld en met behoorlijke financiële gevolgen. Daarom heeft de Belastingdienst de site ‘Scheiden. Wat nu?’ gemaakt.

Scheiden. Wat nu? is een handig hulpmiddel. Bijvoorbeeld bij het invullen van uw belastingaangifte. U krijgt gerichte informatie, op basis van uw persoonlijke situatie. Hebt u samen een koophuis en betaalt of ontvangt u alimentatie? Wie vult dan wat in bij de aangifte? Op de site krijgt u snel en eenvoudig antwoord.

Ook leest u op ‘Scheiden. Wat nu?’ of u een voorlopige aanslag of een toeslag kunt aanvragen of moet wijzigen. Zodat u maandelijks niet te weinig of te veel belasting terugkrijgt.



Rudy Kesler
Bron: Belastingdienst
______________________________________________________________________

Kantorenleegstand, incentives en huurprijzen

Een ASRE paper toont op basis van een statistische analyse dat beleggers en ontwikkelaars een toename van de kantorenleegstand beantwoorden met het verstrekken van huurincentives in plaats van het verlagen van de huurprijzen. Pas na jaren aanhoudende leegstand geven ze geen incentives meer maar verlagen ze de huren.

Pas na jaren aanhoudende leegstand geven ze geen incentives meer maar verlagen ze de huren. Het lijkt erop dat partijen dit zo lang mogelijk proberen uit te stellen totdat verslechterde marktomstandigheden algemeen bekend en geaccepteerd zijn.

Key points

  • Er wordt veel over huurincentives geschreven en gesproken. Dit onderzoek biedt empirisch inzicht in het gebruik van incentives in relatie tot kantorenleegstand.
  • Verhuurders verstrekken in de eerste jaren nadat een toenemende leegstand zich openbaart incentives om huurders te trekken. Dit verkiezen ze boven huurprijsverlaging.
  • Pas na een aantal jaren van aanhoudende leegstand vindt huurprijsverlaging plaats. Het lijkt erop dat partijen dit zo lang mogelijk proberen uit te stellen totdat verslechterde marktomstandigheden algemeen bekend en geaccepteerd zijn.

Implicaties
De resultaten van het onderzoek onderstrepen het belang van due diligence rondom verkooptransacties. Wanneer incentives bekend zijn voor alle betrokken partijen dan zijn ze niet problematisch. Kopende partijen kunnen en moeten die kenbaarheid afdwingen. Het gevaar van een zich herstellende markt is dat de zorgvuldigheid die sinds de crisis leek te ontstaan weer verwatert.
Ook de AFM kan een rol spelen via handhaving van de door haar opgelegde verplichting dat verstrekte incentives gerapporteerd moeten worden in het jaarverslag.

Samenvatting
Deze paper (pdf, 18 pagina's) toont op basis van een statistische analyse dat beleggers en ontwikkelaars een toename van de kantorenleegstand beantwoorden met het verstrekken van huurincentives in plaats van het verlagen van de huurprijzen. Pas na jaren aanhoudende leegstand geven ze geen incentives meer maar verlagen ze de huren. Daar waar contracthuren algemeen bekend zijn, zijn incentives dat soms niet. Het feit dat aanbieders van vastgoed op korte termijn kiezen voor het verstrekken van incentives en later pas voor het verlagen van de huren lijkt te suggereren dat het verstrekken van incentives ze wat oplevert. De bron daarvan is informatieasymmetrie. Kopende partijen, vooral diegene die de markt niet goed kennen, zoals buitenlandse beleggers, kunnen in het geval van voor hen onbekende incentives in de verleiding komen om te overbieden. Deze intransparantie kan ertoe leiden dat een markt meer gespannen is dan feitelijk gerechtvaardigd. Het is daarom van groot belang dat de verstrekte incentives voor alle marktparticipanten inzichtelijk zijn.



Rudy Kesler
Bron: ASRE

______________________________________________________________________

Asbestdaken verboden in 2024

Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Dit betekent dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze voor die tijd moeten verwijderen.

De ministerraad heeft hiermee ingestemd, op voorstel van staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu). Asbestdaken verweren in de buitenlucht waardoor asbestvezels kunnen vrijkomen.

Het verbod beperkt zich tot het asbesthoudend materiaal dat in contact staat met de buitenlucht, bijvoorbeeld in golfplaten en dakleien. Ruim driekwart van deze asbestdaken is te vinden in de agrarische sector.

Eigenaren
Eigenaren van asbestdaken zijn zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van asbest. Er komt hiervoor komt per 1 januari 2016 een subsidieregeling. Hiervoor is minimaal €75 miljoen beschikbaar.

Inventarisatieplicht
Asbest in gebouwen, zoals asbesthoudend dakbeschot of isolatiemateriaal dat onder de dakbedekking zit, wordt niet verboden. Het verwijderen van asbest moet zorgvuldig gebeuren. Er geldt een plicht om gebouwen die zijn gebouwd voor 1994 te inventariseren op asbest, voorafgaand aan een verbouwing of sloop.



Rudy Kesler
_______________________________________________________________________

Grote schommelingen verkooptransacties woningen

Volgens cijfers van het Kadaster is in januari 2015 het aantal door het Kadaster geregistreerde verkochte woningen 9.437. Dit is een stijging van 6,0% ten opzichte van januari 2014 (8.905). Vergeleken met de voorgaande maand, december 2014, is er sprake van een daling van 62,6%. Het Kadaster registreerde toen 25.265 verkochte woningen.


Woningtypen

Vergeleken met januari vorig jaar zien we een stijging van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen, behalve bij twee-onder-een-kapwoningen (-4,6%). Appartementen stijgen het meest met 12,9%. Ten opzichte van de vorige maand, december 2014, dalen alle woningtypen. De grootste daling is hier te zien bij de vrijstaande woningen met 70,0%. De kleinste daling is te zien bij de appartementen met 58,4%.*

Provincies
Ten opzichte van januari 2014 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in het merendeel van de provincies. De stijging is het grootst in Flevoland met 28,9%. In Zeeland, Drenthe en Overijssel zien we een daling waarbij de daling in Zeeland het grootst is (-14,4%). Vergeleken met december 2014 laten alle provincies een daling zien. In Limburg was de daling het grootst met 69,3%. De daling was het kleinst in Flevoland met 51,2%.

Hypotheken
Het aantal geregistreerde hypotheken nam in januari 2015 met 11,2% toe ten opzichte van januari vorig jaar, van 12.817 naar 14.253. Vergeleken met december 2014 (34.909) is er een daling van 59,2%.

Executieveilingen
In januari 2015 vonden 99 executieveilingen plaats. Dit is een daling van 49,0% ten opzichte van januari 2014 (194).

Alle cijfers vindt u in het Vastgoed Dashboard.



Rudy Kesler
Bron: Kadaster
_______________________________________________________________________

BKR meldt opnieuw toename betalingsachterstanden op leningen

Het afgelopen jaar zijn er 31.195 consumenten bijgekomen met een betalingsachterstand op hun lening. In totaal zitten er nu bijna 771.000 consumenten met een dergelijk financieel probleem. De jarenlange trend van oplopende betalingsproblemen zet nog steeds door.

Het afgelopen jaar zijn er 31.195 consumenten bijgekomen met een betalingsachterstand op hun lening. In totaal zitten er nu bijna 771.000 consumenten met een dergelijk financieel probleem. Dit blijkt uit de halfjaarlijkseBKR Kredietbarometer.

Trend zet door
De jarenlange trend van oplopende betalingsproblemen zet nog steeds door. Toch is er ook een positief element in de nieuwste BKR-cijfers te ontdekken. De stijging van het aantal mensen met een achterstand op de lening is lager dan in 2013. In 2013 kwamen maar liefst 51.000 consumenten in de problemen.

Maatschappelijk probleem
Bij BKR worden afgesloten kredieten en betalingsachterstanden daarop vastgelegd. Het probleem van betalingsachterstanden is echter veel omvangrijker dan de BKR-cijfers aangeven. Peter van den Bosch, algemeen directeur BKR: “Uit de Monitor Betalingsachterstanden 2014 van de overheid blijkt dat circa 1/3 van alle huishoudens in Nederland een vorm van een betalingsachterstand heeft. Dit zijn 2,3 miljoen huishoudens. De niet-krediet schulden zijn veel omvangrijker dan de kredietschulden.” Uit de genoemde Monitor blijkt tevens een toename van alle typen achterstallige rekeningen, zoals terugbetalingen aan de Belastingdienst, ziektekostenverzekeraars, energieleveranciers en woningcorporaties.

Schulden kosten elk huishouden elk jaar 1453 euro
Een huishouden met ernstige financiële problemen kost de samenleving al snel honderdduizend euro. Dat meldde het Nibud op 17 oktober 2014. Van den Bosch: “Van de 2,3 miljoen huishoudens in Nederland met een betalingsachterstand, zijn er 1,1 miljoen huishoudens met ernstige financiële problemen. Dat betekent dat schulden de samenleving jaarlijks 11 miljard euro kosten. En dat komt neer op een schuldenpost van 1453 euro voor ieder huishouden, elk jaar opnieuw.”



Rudy Kesler
Bron: BKR
________________________________________________________________________

Huis 'onder water'?  Nieuwe website biedt hulp

Iedereen die informatie zoekt over wat hij kan doen als zijn huis ‘onder water’ staat, kan terecht op de website www.huisonderwater.eu. Op deze website staat wat iemand zelf kan doen, maar ook bij welke organisaties aangeklopt kan worden voor advies of hulp.

De website is een initiatief van de NVVK, de vereniging voor schuld hulpverlening en sociaal bankieren, en is tot stand gekomen in samenwerking met organisaties die een rol spelen of kunnen spelen op het moment dat een huiseigenaar in financiële problemen komt.

Door de economische crisis zien veel huiseigenaren dat de verkoopwaarde van hun huis lager is dan de hypotheeksom. Bij eventuele verkoop betekent dit een restschuld; het huis staat ‘onder water’.
Dit is volgens De Nederlandsche Bank op dit moment de realiteit voor zo’n miljoen huishoudens.

Huiseigenaren weten vaak niet wat dit voor hun hypotheek en financiële situatie betekent. Het blijkt echter niet zo makkelijk om hierover transparante, toegankelijke en betrouwbare informatie te vinden, terwijl deze informatie juist noodzakelijk is om de financiële schade te minimaliseren.
Dat dit niet altijd lukt, ziet Joke de Kock, voorzitter van de NVVK, de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, in de praktijk: “Sinds 2010 zien wij dat huishoudens met bovenmodale inkomens en regelmatig in het bezit van een eigen woning, zich steeds vaker bij onze leden melden voor schuldhulpverlening”. Reden voor de NVVK om het initiatief te nemen om met alle stakeholders in gesprek te gaan om actuele en relevante informatie voor huiseigenaren te verzamelen en op toegankelijke wijze te ontsluiten via de website www.huisonderwater.eu.

Huiseigenaren kunnen op de website hun situatie in kaart brengen en vervolgens bekijken welke mogelijke oplossingen er zijn. De website is interessant voor huiseigenaren die financiële problemen hebben of verwachten, maar ook voor hen die alleen op zoek zijn naar informatie.Organisaties die daarbij een helpende hand kunnen bieden worden overzichtelijk weergegeven.
De website is voorzien van veel handige links naar organisaties als NHG en Vereniging Eigen Huis, maar ook naar bijvoorbeeld de Belastingdienst.



__________________________________________________________________________

Wat te doen als ex-partner niet meewerkt aan verkoop voormalige gezamenlijke woning?

Bij gemeenschap van goederen is er sprake van een gezamenlijk eigendom en staan de namen van de beide partners op de hypotheekakte. Indien ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid niet lukt, en de woning ook niet op 1 persoon kan worden overgeschreven, zal de woning verkocht dienen te worden. Stel dat de ex-partner nu zijn/haar medewerking niet wenst te verlenen. Wat dan?

Indien de andere eigenaar van de woning weigert mee te werken aan de verkoop van de gezamenlijke woning, zal het inschakelen van een mediator of advocaat een mogelijkheid kunnen zijn. Zeer waarschijnlijk zal het conflict enkel via een juridische procedure opgelost kunnen worden. Men kan dan de rechter verzoeken om een machtiging tot het verkopen van de voormalige echtelijke woning. Met de machtiging (toestemming rechter) word de aanvrager bevoegd om de verkoop van de woning in 'eigen hand' te nemen, zonder dat toestemming of medewerking van de andere eigenaar vereist is. Uiteraard is wel de medewerking van de geldverstrekker nodig.

Ex-partner woont nog in de woning?
Indien de ex-partner nog in de woning verblijft, kan de rechter tevens gevraagd worden om een machtiging de woning te laten ontruimen. Met deze machtiging kan een deurwaarder ingeschakeld worden om de woning daadwerkelijk te laten ontruimen.



___________________________________________________________________

Kadaster: Toename verkopen woningen in oktober

Volgens het Kadaster is in oktober 2014 het aantal verkochte woningen 14.353. Dit is een stijging van 44,6% ten opzichte van oktober 2013 (9.929). Vergeleken met de voorgaande maand, september 2014, is er sprake van een stijging van 10,8%. Het Kadaster registreerde toen 12.949 verkochte woningen. Het Kadaster registreert de transacties van bestaande koopwoningen op het moment dat de notaris deze bij het Kadaster laat inschrijven. Dat is dus het moment van eigendomsoverdracht, de koper wordt eigenaar van de woning.


Woningtypen

Vergeleken met oktober vorig jaar zien we een stijging van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen. Vrijstaande woningen stijgen het meest met 50,5%. Bij twee-onder-een-kapwoningen is de stijging het minst groot met 34,4%. Ten opzichte van de vorige maand, september 2014, stijgen ook alle woningtypen. De grootste stijging is ook hier te zien bij de vrijstaande woningen met 15,0%. De kleinste stijging is te zien bij de tussenwoningen met 7,6%.

Provincies
Ten opzichte van oktober 2013 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in alle provincies. De stijging is het grootst in Flevoland met 68,9%. De stijging was het minst groot in Drenthe met 19,3%. Vergeleken met september 2014 laten alle provincies een stijging zien, behalve Drenthe (-7,1%). In Friesland was de stijging het grootst met 24,4%.

Hypotheken
Het aantal geregistreerde hypotheken nam in oktober 2014 met 34,8% toe ten opzichte van oktober vorig jaar, van 14.972 naar 20.179. Vergeleken met september 2014 (18.250) is er een stijging van 10,6%.

Executieveilingen
In oktober 2014 vonden 216 executieveilingen plaats. Dit is een stijging van 9,6% ten opzichte van oktober 2013 (197).

Alle cijfers vindt u in het Vastgoed Dashboard.


Rudy Kesler ______________________________________________________________________

Tijdelijke regeling hypothecair krediet 2015 bekend

De wijzigingen van de inkomensnormen bij hypotheekverstrekking (2015) zijn bekend gemaakt. Tevens is er sprake van een verruiming voor kredieten in verband met energiebesparing. Zie download voor tabellen. Het Nibud heeft een vergelijking gemaakt van de leencapaciteit tussen 2014 en 2015.

Download "Wijziging Tijdelijke regeling hypothecair krediet" (pdf, 15 pagina's)

Download "Kamerbrief over de wijziging van de leennormen in 2015" (pdf, 3 pagina's)

Tabel: verschil leencapaciteit 2014-2015 bij een gelijke rentestand van 3,25%
Bruto jaarinkomen € 30.000 € 50.000 € 70.000
Rentestand      
3,25% (2014) € 146.482 € 244.137 € 388.705
3,25% (2015)* € 137.018 € 228.364 € 360.523
Verschil € -9.464 € -15.773 € -28.181
Tabel: verschil leencapaciteit 2014-2015 bij een gelijke rentestand van 5%
Bruto jaarinkomen € 30.000 € 50.000 € 70.000
Rentestand      
5% (2014) € 128.069 € 213.448 € 336.859
5% (2015)* € 122.899 € 204.832 € 319.853
Verschil € -5.169 € -8.616 € -17.006


Meer leenruimte voor ‘nul op de meter’ woning

Het hypotheekbedrag dat eigenaren van een 'nul op de meter' woning extra kunnen lenen wordt verhoogd van 13.500 euro naar 25.000 euro. Het kabinet geeft hiermee een impuls aan de realisatie van deze woningen. De bouwer moet hiervoor tenminste 10 jaar de energieprestatie van de woning garanderen.



Rudy Kesler ______________________________________________________________________

Hoe zit het met de AOW toeslag vanaf 2015?

Een AOW-gerechtigde kan een toeslag krijgen boven op zijn/haar AOW-pensioen, als diens partner nog geen AOW heeft en niet te veel verdient. Op 1 april 2015 vervalt de toeslag. Als men op die datum of later voor het eerst AOW krijgt, ontvangt hij/zij géén toeslag voor de jongere partner. Ook niet als de partner geen inkomen heeft of niet te veel verdient. Men kan dus nooit een toeslag krijgen als de AOW-gerechtigde geboren is op of na 1 januari 1950. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft diverse veelgestelde vragen beantwoord.

Heeft de AOW-gerechtigde nu een toeslag of krijgt deze vóór 1 april 2015 een toeslag? Dan houdt hij/zij deze zolang diens partner niet te veel verdient. Maar hij/zij raakt diens toeslag voorgoed kwijt als het inkomen van zijn/haar partner te hoog wordt.

Een AOW-gerechtigde kan een toeslag krijgen boven op zijn/haar AOW-pensioen, als diens partner nog geen AOW heeft en niet te veel verdient. Op 1 april 2015 vervalt de toeslag. Als men op die datum of later voor het eerst AOW krijgt, ontvangt hij/zij géén toeslag voor de jongere partner. Ook niet als de partner geen inkomen heeft of niet te veel verdient. Men kan dus nooit een toeslag krijgen als de AOW-gerechtigde geboren is op of na 1 januari 1950.

Heeft de AOW-gerechtigde nu een toeslag of krijgt deze vóór 1 april 2015 een toeslag? Dan houdt hij/zij deze zolang diens partner niet te veel verdient. Maar hij/zij raakt diens toeslag voorgoed kwijt als het inkomen van zijn/haar partner te hoog wordt.

De SVB heeft diverse veelgestelde vragen beantwoord.

Klik op de vraag om het antwoord te lezen.


Rudy Kesler
_____________________________________________________________________

Criminaliteit daalt verder, minder misdrijven voor de rechter

De geregistreerde criminaliteit in Nederland is verder gedaald: in 2013 telde de politie 1,09 miljoen misdrijven, een daling van 17% ten opzichte van 2007.
Ook het aantal misdrijven dat voor de rechter kwam, daalde in die periode: met 27%.


Publicatie

De publicatie ‘Criminaliteit en rechtshandhaving’ (C&R) is een statistisch naslagwerk op het gebied van de strafrechtsketen. De opgenomen informatie is ontleend aan databases, onderzoeksrapporten en jaarverslagen. C&R geeft een beeld van de cijfermatige ontwikkelingen in de criminaliteit, opsporing, vervolging, berechting en tenuitvoerlegging van opgelegde straffen. Deze twaalfde editie bevat gegevens en ontwikkelingen tot en met 2013.

Minder onveilig
De dalende trend qua criminaliteit bleek al uit eerdere edities van 'Criminaliteit en Rechtshandhaving' - een gezamenlijke jaarlijkse uitgave van de Raad voor de rechtspraak, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). De afname van de criminaliteit blijkt ook uit de daling van het aantal geregistreerde slachtoffers en het aantal Nederlanders dat zich onveilig voelt: beide cijfers daalden tussen 2007 en 2013 met een kwart. Deze trend past in de bredere daling van de criminaliteit in Noord-West Europa. In Nederland daalt het gevoel van onveiligheid relatief sterk.



____________________________________________________________________

Rapportage Staat van de Woningmarkt 2014

Minister Blok biedt de Tweede Kamer diverse rapporten aan over de woningmarkt. Deze rapportage geeft aan de hand van zo recent mogelijke feiten en cijfers een beeld van de koopmarkt, huurmarkt en bouwsector. Omdat het hier de eerste jaarrapportage als zodanig betreft, zijn in veel gevallen feiten en cijfers opgenomen over meerdere jaren, en in sommige gevallen ook historische gegevens, zodat een zo volledig mogelijk beeld kan worden gegeven van de achtergronden van de huidige situatie op de woningmarkt.

Herstel
Het algemene beeld van de huidige jaarrapportage is dat er een voorzichtig herstel lijkt te zijn ingetreden op de woningmarkt. Het aantal transacties in de bestaande voorraad en de verkoop van het aantal nieuwbouwwoningen trekt aan; ook de huizenprijzen laten een opgaande lijn zien. Wel is hierbij sprake van grote regionale verschillen. In veel gebieden is de woningmarkt nog kwetsbaar en is het herstel nog niet direct zichtbaar in de woningproductie. Dit houdt mede verband met het feit dat de bouwsector laatcyclisch van aard is en dus traag reageert op vraagherstel. Het aantal afgegeven bouwvergunningen voor koopwoningen laat evenwel een stijging zien in de eerste helft van 2014.

Onderwaterhypotheken
De jaarrapportage geeft voorts een aantal belangrijke observaties ten aanzien van de ontwikkelingen in de verschillende segmenten van de woningmarkt. Wat be-treft de koopmarkt, is in 2013 de totale hypotheekschuld afgenomen, waarmee een langdurende trend is doorbroken. Er wordt meer afgelost en nieuw aangegane schulden zijn minder hoog. Het aantal huishoudens met een restschuld is nog substantieel: in september 2013 stond 30% van de hypotheken onder water.

Tijdelijke verhuur
Op de huurmarkt is het aanbod aan duurdere huurwoningen, met een huurprijs boven de liberalisatiegrens, toegenomen. In hoeverre hier sprake is van een structurele ontwikkeling zal de komende jaren moeten blijken. De groei van dit segmenthangt namelijk deels samen met het feit dat huizenbezitters tijdens de crisis tijdelijk een tweede woning zijn gaan verhuren. Ten aanzien van de verdeling van inkomens over de verschillende segmenten van de huurmarkt, kan worden gemeld dat het aantal hogere inkomens in de gereguleerde huursector in de periode 2009-2012 substantieel is afgenomen. Dit heeft een positief effect op de beschikbaar-heid van gereguleerde huurwoningen voor de doelgroep.

(woon)Quote
Ook de betaalbaarheid in de huur- en koopsector komt aan bod. De gemiddelde huurquote is de laatste jaren sterker gestegen dan daarvoor, hoofdzakelijk als gevolg van gedaalde inkomens van huurders, huurverhogingen en toegenomen kwaliteit van huurwoningen. De gemiddelde koopquote is eveneens gestegen. Ook hierbij spelen de gedaalde inkomens een belangrijke rol.

Downloads:


    Rudy Kesler ________________________________________________________________

Aantal inbraken daalt verder

Het aantal inbraken is in de eerste maanden van dit jaar met ruim 15 procent gedaald, ten opzichte van de dezelfde periode in 2013. Vorige week was de aftrap van de anti-inbraak campagne ‘Inbrekers gaan niet met vakantie.’ De campagne moet er mede aan bijdragen dat de ingezette daling ook in de zomermaanden doorzet en is een initiatief van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie.

Het aantal woninginbraken in ons land neemt al sinds het begin van vorig jaar consequent en fors af. Zo werd er over heel 2013 5% minder ingebroken dan het jaar daarvoor. Deze daling is in de eerste maanden van dit jaar doorgezet. In mei vonden er ruim 4.700 (pogingen tot) inbraken plaats, een daling van 20 procent ten opzichte van mei vorig jaar.

Voorzorgmaatregelen
Een van de manier om een verdere daling in te zetten is het attenderen van vakantiegangers op het nemen van simpele voorzorgsmaatregelen, zoals:

1) Vraag je vertrouwde buren als je met vakantie gaat op je woning te letten, de post weg te halen en bij verdachte situaties 112 te bellen.
2) Laat een bewoonde indruk achter.
3) Installeer tijdschakelaars om er voor te zorgen dat er ‘s avonds licht brandt


_______________________________________________________________________


Signalen uit de nieuwbouw: onderzoek onder bewoners nieuwe woningen.

De crisis in de bouw heeft behalve op de woningproductie ook gevolgen gehad voor de samenstelling en keuzes van bewoners van nieuwbouwwoningen. Tegelijkertijd blijven andere patronen door de tijd heen constant, crisis of niet. Diverse resultaten uit de rapportage "Signalen uit de Nieuwbouw" op basis van het onderzoek Bewoners Nieuwe Woningen (BNW) zijn bekend gemaakt.

Klik hier voor het onderzoeksrapport (pdf, 82 pagina's)

Nieuwbouw steeds vaker bij koopstarters
Sinds het uitbreken van de crisis komt nieuwbouw, voor zover er nog wordt gebouwd, naar verhouding weer meer terecht bij starters en doorstromers uit huur. Toch moeten starters het niet hebben van nieuwe woningen, althans niet rechtstreeks. Uit de voorraad komen veel meer voor starters toegankelijke woningen vrij (meer huur, goedkoper). Logischerwijze zijn starters in recent betrokken bestaande woningen veel sterker vertegenwoordigd dan in nieuwe (44%, tegen 15% in de nieuwbouw uit 2010 en 2011).

Veel 55-plussers naar de nieuwbouw
Meer dan de helft van de nieuwbouw huurwoningen komt terecht bij 55-plussers. In bestaande woningen maken zij slechts 15% uit van de recente instroom (18% in huurwoningen, 11% in koopwoningen). In het verleden trok nieuwbouw juist vooral jonge huishoudens.

Steeds meer vervangingsnieuwbouw
De tijd van nieuwbouwwijken lijkt (voorlopig) voorbij. Het merendeel van de recente nieuwbouw betreft verdichting en sloop/vervanging. Er is relatief veel nieuwbouw geweest in aandachtswijken. Voorzieningen zijn hier ruim aanwezig, maar ook stedelijke vormen van overlast. Toch ligt het aandeel bewoners dat zegt overlast te ervaren in dat type wijken lager bij de bewoners van de nieuwe woningen dan bij de bewoners in de bestaande voorraad. De betere isolatie van de nieuwe woningen, wellicht ook de sociale samenstelling in de nieuwbouwcomplexen en ook de ‘roze bril’ van recent verhuisden kunnen daarbij een rol spelen.

Relatief vaker onder particulier opdrachtgeverschap gebouwd
Particulier opdrachtgeverschap is vooral gebruikelijk in de niet-Randstad provincies en resulteert daar overwegend in grote, vrijstaande woningen met veel door de bewoners toegevoegde kwaliteiten, zoals duurzame materialen en extra energiebesparende maatregelen. In het duurdere segment realiseren de particuliere opdrachtgevers ook een relatief gunstige koopprijs per vierkante meter. Het gaat vooral om doorstromers; gezinnen met hogere inkomens. Het aantal onder PO tot stand gekomen woningen is ongeveer gelijk gebleven, maar omdat de algehele productie is gedaald is het aandeel gestegen tot een kwart.

Meer dan de helft eengezins
Ruim de helft van de recente nieuwbouw betreft eengezinswoningen. Dat lijkt veel, aangezien de groei van het aantal huishoudens vooral alleenstaanden betreft. Toch voorzien eengezinswoningen nog in een behoefte. Omdat een groot deel van de groei van het aantal alleenstaande huishoudens wordt veroorzaakt door ouderen die hun partner verliezen, zijn er minder nieuwe appartementen nodig dan men zou verwachten. Tegelijkertijd is er nog altijd een aanwas van jonge gezinnen en jonge stellen die een eengezinshuis ambiëren, maar waarvoor minder aanbod beschikbaar is, omdat ouderen langer zelfstandig in hun eengezinswoning blijven wonen.

Het onderzoek Bewoners Nieuwe Woningen levert al sinds 1968 inzicht in de nieuwbouw in Nederland en in de eerste bewoners van die nieuwbouw en is daarmee een bron van markt- en beleidsinformatie. Aan de orde komt onder andere wat de waardebepalende factoren zijn en in welke mate het aanbod van nieuwbouw aansluit op de wensen van woningzoekenden. Dankzij de lange historie van dit onderzoek zijn er in de rapportage veel trends opgenomen.


____________________________________________________________________________


Bijna kwart minder faillissementen eerste kwartaal 2014

In de eerste drie maanden van dit jaar gingen 2.672 bedrijven en instellingen bankroet tegen 3.470 in 2013. In maart daalde het aantal faillissementen ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar zelfs met een derde tot 782. In juli 2013 stond de teller nog op 1.201. Sindsdien is het aantal faillissementen gestaag gedaald.

Ondanks de substantiële reductie blijft het aantal faillissementen relatief hoog. In het eerste kwartaal van 2008, nog voor het uitbreken van de crisis, vroegen slechts 1.686 bedrijvende een faillissement aan. Dat was 40 procent minder dan in de eerste drie maanden van 2014.

Faillissementswet
Of de daling de rest van dit jaar doorzet, is onduidelijk. ‘De crisis heeft niet alleen conjuncturele, maar ook structurele oorzaken’, meent econoom en faillissementsdeskundige Antonie Kerstholt. ‘Het hele economische landschap is aan het veranderen. Wie daar niet in mee gaat, redt het niet.’

Kerstholt gaat ervan uit dat het aantal faillissementen hoog blijft. Hij wijst daarbij op de komende wijzigingen in de faillissementswet. Daar hebben inmiddels al verscheidene bedrijven gebruik van gemaakt – Marlies Dekker, De Harense Smid - en gaan nog veel meer bedrijven gebruik van maken, voorspelt de econoom.

De nieuwe wet biedt bedrijven de mogelijkheid tot een doorstart door middel van de benoeming van een stille bewindvoerder. Bedrijven gaan dan wel failliet, maar maken direct een doorstart, waardoor er zo weinig mogelijk waarde verloren gaat. (Lees hier het gehele interview met Kerstholt).

Transport en bouw
Vooral in de transportsector en in de bouw gingen in het eerste kwartaal minder bedrijven onderuit.

In de transportbranche verminderde het aantal faillissementen met bijna veertig procent. Veel transportbedrijven zien hun omzet stijgen. Het internationale distributievervoer, het vervoer van dieren en het tank- en silovervoer lopen daarbij voorop. De rendementen in de sector laten echter nog steeds te wensen over.

In de bouw daalde het aantal faillissementen in de eerste drie maanden met 38 procent tot 305. Deze daling is opmerkelijk. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw, het onderzoeksbureau
voor de sector, blijft de bouw in 2014 onder druk staan. Het onderzoeksbureau omschrijft dit jaar als een overgangsjaar. Pas vanaf 2015 rekent het instituut weer op krachtige groei.

Luxeproduct
De horeca daarentegen zag het aantal bankroeten in de periode januari tot en met maart met 15 procent stijgen tot 137. Vooral cafés hebben het zwaar. Zij zien hun omzet al twee jaar onafgebroken teruglopen.
Volgens faillissementsexpert Kerstholt heeft de horeca veel last van de achterblijvende koopkracht. ‘Veel consumenten zien een bezoek aan de horeca toch als een luxeproduct. Als mensen minder geld te besteden hebben, is dat één van de eerste dingen waarop ze bezuinigen.’
Noord-Holland was in het eerste kwartaal de provincie met de meeste faillissementen. In Noord-Brabant daalde het aantal faillissementen het meest


_______________________________________________________________________



Woningverkopen groeit opnieuw.

Volgens cijfers van het Kadaster zijn in februari 2014 10.030 verkochte woningen geregistreerd. Dit is een stijging van 27,0% ten opzichte van februari 2013 (7.897). Vergeleken met de voorgaande maand, januari 2014, is er sprake van een stijging van 12,6%. Het Kadaster registreerde toen 8.905 verkochte woningen.

Woningtypen
Vergeleken met februari vorig jaar zien we een stijging van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen. Vrijstaande woningen stijgen het meest met 38,2%. Bij 2-onder-1-kapwoningen is de stijging het minst groot met 18,2%.

Ten opzichte van de vorige maand, januari 2014, stijgen alle woningtypen. De grootste stijging is hier te zien bij de hoekwoningen met 19,1%. Bij vrijstaande woningen is de stijging het minst groot met 6,0%.

Provincies
Ten opzichte van februari 2013 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in alle provincies. De stijging is het grootst in Noord-Brabant met 48,5%. Flevoland laat de kleinste stijging zien (11,8%). Vergeleken met januari 2014 laten alle provincies een stijging zien, behalve Zeeland (-5,8%). In Noord-Brabant was de stijging het grootst met 29,0%, in Utrecht met 0,9% het minst groot.

Hypotheken
Het aantal geregistreerde hypotheken nam in februari 2014 met 16,9% toe ten opzichte van februari vorig jaar, van 12.733 naar 14.890. Vergeleken met januari 2014 (12.817) is er een stijging van 16,2%.

Executieveilingen
In februari 2014 vonden 132 executieveilingen plaats. Dit is een stijging van 8,2% ten opzichte van februari 2013 (122).

Alle cijfers vindt u in het Vastgoed Dashboard


_______________________________________________________________________




NHG dekt minder vaak restschuld.

Op basis van een onderzoek van het consumentenprogramma Tros Radar is het percentage afwijzingen voor het betalen van een restschuld met 10 procent gestegen.

Ruim acht op de tien bleken niet op de hoogte dat de voorwaarden tussentijds kunnen worden aangepast. Zeven op de tien wisten niet dat per 1 januari 2014 de regels veranderd zijn.

De leennormen zijn veranderd omdat er de afgelopen jaren steeds meer mensen een beroep moesten doen op de NHG en het potje met geld dus harder leegloopt dan ooit. NHG stuurt aan op woningbehoud maar gaat daarin erg ver. Ze hanteren veel ruimere regels voor mensen met een lopende hypotheek, stelt TrosRadar.

Testpanel enquête
Het Radar Testpanel is gevraagd naar hun ervaring met NHG. Zo’n 51.580 testpanelleden deden mee, waarvan ruim 14.000 respondenten een hypotheek met NHG hebben (gehad). De meeste mensen sloten NHG af op advies van een tussenpersoon (34%) en omdat het afsluiten ervan een extra korting op de hypotheekrente oplevert (31%). Bijna de helft (45%) beschouwt NHG als vangnet tegen een restschuld. 70 procent van de woningbezitters weet niet dat de voorwaarden recent zijn gewijzigd. Van de ondervraagden weet 83 procent sowieso niet dat het Waarborgfonds de voorwaarden tussentijds kan aanpassen.

Aanscherping NHG voorwaarden
De normen voor NHG zijn een jaar geleden via een pilot geïntroduceerd. Vóór die datum kreeg 49 procent de restschuld vergoed, 10 procent gedeeltelijk en 40 procent werd afgewezen. Sinds de normen zijn aangescherpt is dat percentage afwijzingen met 10% gestegen, waarbij een te hoog inkomen van één van de partners bij 32 procent als reden wordt opgegeven. Voor maart 2013 was dit maar liefst de helft minder.

Te hoge maandlast
Van de mensen die na maart 2013 zijn afgewezen voor kwijtschelding, geeft 64% aan niet genoeg inkomen te hebben om de hypotheek voort te zetten. Voor maart 2013 is dat 11% minder. De groep die na 2013 is afgewezen geeft in driekwart van de gevallen aan nog altijd in de te dure woning te wonen.


_______________________________________________________________________

Wijziging van het Ontslagbesluit.

Bij een ontslag om bedrijfseconomisch redenen kan het als gevolg van de toepassing van het zogenoemde afspiegelingsbeginsel nu zo zijn dat bijvoorbeeld een 55-jarige werknemer moet worden ontslagen en een 72-jarige werknemer, die dezelfde werkzaamheden verricht, in dienst kan blijven (voorbeeld uit de praktijk). Dit is een ongewenst en onbedoeld effect van de regelgeving dat met de onderhavige aanpassing van het Ontslagbesluit ongedaan wordt gemaakt.

Op grond van deze wijziging worden AOW-gerechtigde werknemers in geval van ontslag wegens bedrijfseconomische redenen het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht. Hiermee wordt voorkomen dat een werknemer die voor zijn inkomen aangewezen is op het verrichten van arbeid plaats moet maken voor een AOW-gerechtigde werknemer voor wie dat niet het geval is. Het in deze regeling gemaakte onderscheid naar leeftijd wordt hiermee objectief gerechtvaardigd.

Klik hier voor het gehele besluit


_______________________________________________________________________________

Informatiebehoefte zorgverzekerden aanwezig, maar verzekerde zoekt niet actief.

Consumenten willen duidelijke informatie over de kosten van de zorg. Vooral vooraf, wanneer zij nog een keuze hebben. Maar ook als de zorg voor hen volledig vergoed wordt is er behoefte aan goede informatie, bijvoorbeeld door heldere kostenoverzichten achteraf. Dit blijkt uit een onderzoek (zie link) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar de informatiebehoefte van consumenten en hun ervaringen met het zoeken naar informatie in de curatieve zorg. De NZa scherpt in 2014 het toezicht op (web)informatie over zorgkosten aan.

Vergelijkingssites van zorgverzekeringen
Verzekerden vinden dat de informatie over de financiële aspecten van de zorg nog moeilijk te vergelijken is. De NZa is in gesprek met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en Autoriteit Consument en Markt (ACM) of en op welke wijze de vergelijkingssites voor zorgverzekeringen verbeterd kunnen worden.

Informatiebehoefte
Minstens driekwart van de consumenten heeft behoefte aan informatie over de financiële kant van de zorg. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inhoud van het verzekerde pakket, de tarieven, en de relatie met de ontvangen zorg, het eigen risico en de eigen bijdragen en het gecontracteerde zorgaanbod.

Consumentenonderzoek
Opvallend is dat uit het onderzoek onder consumenten (pdf, 54 pagina's) blijkt dat zij  informatie willen over de financiële kant van de zorg, maar dat zij hier nog weinig naar zoeken. Als zij wél informatie opvragen dan doen zij dat meestal bij hun zorgverzekeraar. Consumenten geven aan dat zij nog niet vaak informatie zoeken omdat zij erop vertrouwen 'dat het wel goed zit'. Dit vertrouwen in informatie is heel belangrijk en mag niet beschaamd worden, vindt de NZa. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgaanbieders en zorgverzekeraars, waar de NZa toezicht op houdt.


_____________________________________________________________________


Consumenten besteden meer en producentenvertrouwen neemt toe.

Huishoudens hebben in november 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in november 2012. Dit is de eerste toename van de consumptie in bijna tweeënhalf jaar. De bescheiden groei komt doordat consumenten meer duurzame goederen kochten. De consumptiecijfers zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen en veranderingen in de samenstelling van de koopdagen, meldt het CBS.

Bestedingen
De bestedingen aan duurzame goederen waren in november 4,6 procent hoger dan een jaar eerder. Vergeleken met november 2012 kochten consumenten veel meer nieuwe auto’s. Het niveau van de autoverkopen was in de laatste maanden van 2012 echter relatief laag. Ook kleding en schoenen waren in november 2013 meer in trek dan een jaar eerder. Verder was de krimp van de bestedingen aan woninginrichting minder groot dan in eerdere maanden.

Producenten voorzichtig optimistisch
De stemming van de ondernemers in de industrie is in januari weer wat verbeterd. Het producentenvertrouwen kwam uit op 0,7 tegen 0,1 in december. Na tweeënhalf jaar negatief geweest te zijn is de stemmingsindicator weer licht positief.

Het producentenvertrouwen is samengesteld uit drie deelindicatoren: het oordeel over de orderpositie en de verwachte productie in de komende drie maanden. De ondernemers waren in januari positiever over de verwachte bedrijvigheid dan in december. Ook waren ze minder somber over hun orderpositie. Hun oordeel over de voorraden verslechterde daarentegen.


________________________________________________________________________


Belastingdienst krijgt claim van 80 miljoen euro

SMCO heeft namens honderden deelnemers een claim van meer dan 80 miljoen euro bij de Belastingdienst neergelegd. Deze claim is het resultaat van de uitspraak van de Hoge Raad over het gelijkheidsbeginsel tussen erfbelasting op privé- en ondernemersvermogen. De deurwaarder heeft gisteren de claim betekend inclusief ruim 12.000 pagina’s onderbouwing, meldt SMCO.

De uitspraak van de rechtbank in Breda van 13 juli 2012 was glashelder: het grote onderscheid tussen de vrijstelling van erfbelasting op privé- en ondernemersvermogen is onaanvaardbaar. Door de Raad van State is bij een eerdere totstandkoming van de vrijstelling voor ondernemers al opgemerkt dat een verdere verruiming van een vrijstelling voor ondernemers strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. En in oktober 2013 heeft de advocaat-generaal eveneens de uitspraak gedaan dat dit onderscheid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad heeft in november 2013 geconcludeerd dat het gelijkheidsbeginsel echter niet is aangetast.

SMCO is het met die uitspraak zeer oneens en voelt gesterkt door emeritus hoogleraar fiscale economie prof. dr. Leo Stevens. In een artikel in het Financieele Dagblad van 23 november 2013 zegt hij te begrijpen “dat de Hoge Raad uit politiek vaarwater wil blijven, maar hij vindt dat het gelijkheidsbeginsel wel is geschonden”.

Daarnaast is er de wetgeving naar het oordeel van SMCO willekeurig tot stand gekomen en dat is niet toegestaan aldus het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De collectieve actie is voor alle privé-personen die vanaf 2005 tot vandaag een erfenis of schenking hebben ontvangen, en daar successierecht/erfbelasting of schenkbelasting over hebben betaald. De claim heeft tot doel om de te veel betaalde belasting van de Belastingdienst terug te vorderen.
SMCO is de grootste organisatie die zich al jaren inzet om voor iedereen, particulier of zakelijk, die benadeeld is door het handelen van een (groot) bedrijf, multinational of (semi-)overheid, juridische stappen te ondernemen.


_____________________________________________________________________


Energiebespaarlening per 21 januari j.l. beschikbaar

Woningeigenaren kunnen sinds 21 januari jl. een Energiebespaarlening afsluiten voor investeringen in energiebesparende maatregelen in de eigen woning. Dit levert dubbel voordeel op: een lagere energierekening en verhoging van de woningwaarde met een beter energielabel. De Energiebespaarlening is vanwege de lage rente aantrekkelijk voor particuliere woningeigenaren. De lening wordt verstrekt uit het Nationaal Energiebespaarfonds.

Energiebesparende maatregelen
Met de lening kunnen diverse energiebesparende maatregelen worden gefinancierd. Denk aan het isoleren van de woning of de aanschaf van een HR-ketel of een zonneboiler. Ook zonnepanelen horen tot de mogelijkheden. Voorwaarde bij zonnepanelen is dat hiervoor maximaal 50% van de lening gebruikt mag worden. De andere 50% van het leenbedrag moet geïnvesteerd worden in andere maatregelen. De lening kan gebruikt worden voor 14 energiebesparende maatregelen. De voorwaarden daarvoor staan op www.ikinvesteerslim.nl.

Kenmerken van de Energiebespaarlening

  • U dient eigenaar en bewoner te zijn van een bestaande woning.
  • Het is een jaarannuïteitenlening.
  • U kunt minimaal € 2.500,- en maximaal € 25.000,- lenen.
  • Voor bedragen tot € 5.000,- is de looptijd van de lening zeven jaar.
  • Voor bedragen van € 5.000,- en meer is de looptijd van de lening tien jaar.
  • U betaalt een aantrekkelijke rente, die gedurende de hele looptijd van de lening vaststaat.  
  • De afsluitkosten zijn 2% over de hoofdsom van de lening.
  • Het geleende bedrag wordt in een bouwkrediet gestort.
  • U kunt altijd de gehele lening of een gedeelte ervan boetevrij aflossen (minimum extra aflossing bedraagt € 250,-).
  • Alleen voor maatregelen van de maatregelenlijst.
  • De Energiebespaarlening wordt onderhands verstrekt.

Rentepercentage
Woningeigenaren kunnen vanaf 21 januari de lening aanvragen via www.ikinvesteerslim.nl. De annuïtaire lening van minimaal € 2.500,- en maximaal € 25.000,- is alleen beschikbaar voor particuliere eigenaren van bestaande woningen. De looptijd is 7 of 10 jaar, afhankelijk van de hoogte van de lening. De rente van de Energiebespaarlening staat vast gedurende de looptijd van de lening. Bij de start op 21 januari zal de rente voor leningen met een looptijd van 7 jaar 3,4% zijn.

Nationaal Energiebespaarfonds
De Energiebespaarlening wordt verstrekt uit het Nationaal Energiebespaarfonds, dat een uitvloeisel van het Woonakkoord 2013 en invulling Energieakkoord 2013 is. Het fonds heeft tot doel meer energiebesparende maatregelen in bestaande woningen mogelijk te maken. Tegelijkertijd worden ook de bouw- en installatiesector aan nieuwe opdrachten geholpen.

Fondsbeheer
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) is aangewezen als uitvoeringsorganisatie.


____________________________________________________________________


Verkoopcijfers woningen en hypotheken december 2013 en vergelijking met november 2013 en december 2012


Aantal Geregistreerde Verkochte Woningen
  dec, 2012 dec, 2013 Verandering %
383 313 # -18,3%
177 191 # 7,9%
196 178 # -9,2%
239 152 # -36,4%
98 115 # 17,3%
36 22 # -38,9%


Het Kadaster meldt dat zij in december 2013 15.463 verkochte woningen heeft geregistreerd. Dit is een daling van 10,9% ten opzichte van december 2012 (17.364). Vergeleken met de voorgaande maand, november 2013, is er sprake van een stijging van 46,2%. Toen registreerde het Kadaster 10.576 verkochte woningen. Traditiegetrouw worden er in de maand december veel akten bij het Kadaster aangeboden. Over geheel 2013 registreerde het Kadaster 110.094 verkochte woningen. Dit is een daling van 6,1% ten opzichte van 2012 (117.261). In het vierde kwartaal van 2013 registreerde het Kadaster 35.968 woningen. Dit is een stijging van 0,7% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2012 (35.704).

Woningtypen
Vergeleken met december vorig jaar is er sprake van een daling van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen. 2-onder-1 kapwoningen dalen het meest met 21,9%. Bij appartementen is de daling het minst groot met 3,0%. Ten opzichte van de vorige maand, november 2013, stijgen alle woningtypen. De grootste stijging is hier te zien bij de tussenwoningen met 57,5%. Bij 2-onder-1 kapwoningen is de stijging het minst groot met 36,6%.

Provincies
Ten opzichte van december 2012 daalt het aantal geregistreerde verkochte woningen in alle provincies. De daling is het grootst in Utrecht met 20,8%. Flevoland laat de kleinste daling zien (-1,6%). Vergeleken met november 2013 laten alle provincies een stijging zien. In Gelderland was de stijging het grootst met 66,7%. De kleinste stijging was in Friesland (33,6%).

Hypotheken
Het aantal geregistreerde hypotheken nam in december 2013 met 19,5% af ten opzichte van december vorig jaar, van 29.268 naar 23.575. Vergeleken met november 2013 (15.918) is er een stijging van 48,1%. In 2013 registreerde het Kadaster in totaal 169.992 hypotheken. Dat is een daling van 15,0% ten opzichte van 2012 (199.994)
Executieveilingen

In december 2013 vonden 160 executieveilingen plaats. Dit is een daling van 13,5% ten opzichte van december 2012 (185). Over geheel 2013 registreerde het Kadaster 1.863 executieveilingen. Dat is 25,1% minder dan in 2012 (2.488).

Alle cijfers vindt u in het Vastgoed Dashboard.


____________________________________________________________________


Collectieve pensioenregeling ZZP-ers 1 januari 2015 van start.

De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen gaan vorm geven aan een collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Belangrijk kenmerk van deze pensioenregeling is vrijwilligheid. Deelnemers kunnen zelf bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Dit mag ook flexibel, gezien de wisselende inkomsten van zzp-ers. Dit melden staatssecretaris Klijnsma (SZW) en staatssecretaris Weekers (Fin) aan de Tweede Kamer in een brief.


Collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen
De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen hebben op hoofdlijnen aangegeven hoe zij vorm willen geven aan een vrijwillige collectieve regeling voor zelfstandigen in de derde pijler. Belangrijke kenmerken van deze regeling zijn flexibiliteit en collectiviteit. Zo kunnen deelnemers vrijwillig in- en uit stappen en bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Het betreft een collectieve regeling waarbij de ingelegde gelden collectief worden belegd en beheerd. Wat de deelnemers terugkrijgen voor hun inleg, in de vorm van pensioenuitkeringen, is afhankelijk van het beleggingsresultaat minus de uitvoeringskosten. In de uitkeringsfase wordt geen levenlange uitkering verzekerd, maar is sprake van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. De zelfstandigenorganisaties zijn voornemens de regeling uit te laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden. De hoofdlijnen van deze regeling, zoals beschreven de bijlage, spreken het kabinet aan.

Witteveenakkoord – pensioen, bijstand en arbeidsongeschiktheid
Zelfstandigenorganisaties hebben de wens geuit dat zelfstandigen hun pensioen niet hoeven aan te spreken voordat ze in aanmerking komen voor de bijstand.
Dit zal conform de afspraken in het Witteveenoverleg voor iedereen worden gerealiseerd (dus ook voor werknemers), met een maximum van 2x de AOW als totaalbedrag aan pensioenvermogen dat niet wordt meegeteld. Om te voorkomen dat mensen vlak voor een bijstandsaanvraag hun vermogen wegsluizen naar hun derdepijlerpensioen, geldt daarbij de randvoorwaarde dat er in de jaren voor de bijstandsaanvraag sprake moet zijn van een gelijkblijvende of dalende inleg.

Afkoop lijfrente bij arbeidsongeschiktheid
Zelfstandigenorganisaties hebben eveneens de wens geuit dat het derdepijlerpensioen bij arbeidsongeschiktheid van de deelnemer kan worden opgenomen, zonder dat daarbij – zoals thans – revisierente is verschuldigd. De Staatssecretaris van Financiën is bereid de fiscale wetgeving op dit punt aan te passen. Ook dit is aan de orde geweest bij de afspraken over het Witteveenakkoord.

1 januari 2015
Een en ander wordt in wetgeving verankerd en zal dan op 1 januari 2015 van start kunnen gaan.


__________________________________________________________________


Software Belastingdienst "Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014"nog niet goed !

Een aantal fiscale wijzigingen is niet of niet goed opgenomen in de 1e versie van het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’. Er is nu een nieuwe versie. Maar ook daarin zijn niet alle fiscale wijzigingen verwerkt. In het overzicht hieronder ziet u welke wijzigingen wel zijn opgenomen in de nieuwe versie van het programma en welke niet. Ook leest u wat de gevolgen zijn voor de voorlopige aanslag 2014 die u hebt ontvangen of nog ontvangt. En wat u kunt doen.

De volgende onderwerpen zijn goed opgenomen in de nieuwe versie:

  • Het belastingtarief van de 1e schijf in box 1 is 36,25%.
  • De berekening van het eigenwoningforfait tot een WOZ-waarde van € 1.040.000.

Let op de volgende aandachtspunten:

  • De werkbonus staat niet als vraag in het programma, maar wordt wel verleend als u daar recht op hebt.
  • U kunt gebruikmaken van de 80%-regeling bij afkoop van een stamrecht door 80% van het afkoopbedrag als inkomen aan te geven.  
  • De berekening van het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde hoger dan € 1.040.000 wordt later aangepast.
  • Sommige uitgaven mag u niet meer aftrekken als specifieke zorgkosten.  

De volgende wetswijzigingen worden niet meegenomen in de voorlopige aanslag 2014:

  • Het inkomensafhankelijk maken van de algemene heffingskorting.
  • De tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning.
  • De aanpassing van het tarief in box 2 (aanmerkelijk belang) van 25% naar 22% over € 250.000.

De (voorlopige) aanslag die u krijgt na uw aangifte inkomstenbelasting 2014 houdt wel rekening met deze wetswijzigingen.

Belastingtarief van de 1e schijf in box 1
Hebt u vóór 14 januari 2014 een voorlopige aanslag aangevraagd of gewijzigd met het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’? Bij de berekening gebruikte dit programma een verkeerd percentage van 37% voor de inkomstenbelasting in de 1e schijf. Het juiste percentage is 36,25%.

Vanaf 14 januari 2014 is een programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’ beschikbaar waarin wel met het percentage van 36,25 wordt gerekend.

Hebt u een voorlopige aanslag 2014 gehad? Die is wel juist berekend met het percentage van 36,25%.

Eigenwoningforfait
Hebt u een automatische voorlopige aanslag 2014 gehad? Of voor 14 januari 2014 een voorlopige aanslag 2014 aangevraagd of gewijzigd? Dan is bij de berekening van deze aanslag uitgegaan van voorlopige percentages voor het eigenwoningforfait. Op het moment dat de aanslag werd berekend, waren de definitieve percentages voor 2014 namelijk nog niet bekend.

Vraagt u na 14 januari 2014 een voorlopige aanslag 2014 aan? En is uw WOZ-waarde niet hoger dan € 1.040.000? Dan kunt u uw voorlopige aanslag aanvragen of wijzigen met het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’.

Hebt u een eigen woning met een WOZ-waarde hoger dan € 1.040.000? Dan kunt u vanaf eind januari een nieuwe voorlopige aanslag aanvragen. Wijzigt u uw voorlopige aanslag niet? Als u volgend jaar aangifte inkomstenbelasting 2014 doet, gaan wij bij de aanslag 2014 die u daarna ontvangt uit van het juiste percentage.

Werkbonus staat niet als vraag in het programma
Vanaf 2014 is de werkbonus een loonheffingskorting, net zoals de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Dit betekent dat uw werkgever met deze heffingskorting rekening houdt wanneer hij de loonheffing inhoudt op uw loon.

Bent u ondernemer of hebt u inkomsten uit overig werk? En hebt u recht op de werkbonus? In het programma 'Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014' staat geen vraag over de werkbonus. Het programma past de werkbonus wel automatisch toe als u daar recht op hebt. Het programma laat bij de berekening van de voorlopige aanslag zien met welke heffingskortingen rekening is gehouden. Bij de berekening in het programma is uitgegaan van een voorlopig  bedrag van de werkbonus van € 1.100. Het juiste bedrag is € 1.119. Daarnaast  staan in het programma  nu niet de juiste percentages voor de werkbonus. De juiste percentages zijn 58,1% en 10,388%. Dit wordt eind januari 2014 aangepast in het programma.

Hebt u al een voorlopige aanslag 2014? En hebt u recht op de werkbonus? Op de voorlopige aanslag is gerekend met een werkbonus van € 1.100. Het juiste bedrag is € 1.119. Dit wordt aangepast nadat u volgend jaar aangifte inkomstenbelasting 2014 hebt gedaan.

80%-regeling voor afkoop stamrecht
Hebt u een ontslagvergoeding via een stamrecht gekregen, of in een stamrecht-bv laten storten? Als u het bedrag van het stamrecht in 1 keer volledig laat uitbetalen, kunt u in 2014 gebruikmaken van de 80%-regeling. Dit betekent dat 80% van het stamrecht is belast in box 1, en dus niet het volledige bedrag van het stamrecht.

Wilt u met het programma ‘Verzoek op wijziging voorlopige aanslag 2014’ een voorlopige aanslag 2014 aanvragen of wijzigen? Vul dan 80% van het stamrecht in als inkomen in box 1. Het programma houdt er namelijk geen rekening mee dat 20% van het stamrecht onbelast is.

Sommige uitgaven mag u niet meer aftrekken als specifieke zorgkosten
Vanaf 2014 zijn aanpassingen aan een woning niet meer aftrekbaar als specifieke zorgkosten. Deze fiscale wijziging is niet opgenomen in het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’. In de helptekst van dit programma staat bij ‘Specifieke zorgkosten’ ten onrechte dat aanpassingen aan een woning nog aftrekbaar zijn.

Vanaf 2014 mag u de kosten voor een scootmobiel niet meer aftrekken. Hebt u vóór 2014 bijvoorbeeld een scootmobiel gekocht? En schrijft u deze in 2014 en later nog af? Dan mag u wel uw afschrijvingsbedrag aftrekken als specifieke zorgkosten als aan alle overige voorwaarden wordt voldaan.

Algemene heffingskorting is inkomensafhankelijk
Vanaf 2014 is de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk. Dit betekent dat de algemene heffingskorting lager wordt vanaf een inkomen van € 19.645. De verlaging is 2% van uw inkomen in box 1 dat € 19.645 of meer is (of 1,012% als u het hele jaar de AOW-leeftijd hebt). Is uw belastbaar inkomen in box 1 € 56.495 of meer? Dan is de verlaging van de algemene heffingskorting maximaal. De algemene heffingskorting is dan € 1.366 (of € 693 als u het hele jaar de de AOW-leeftijd hebt).

Programma
Het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’ houdt geen rekening met deze wijziging. Het rekent altijd met een bedrag van € 2.103 voor de algemene heffingskorting (of € 1.065 als u het hele jaar de AOW-leeftijd hebt). Dit geldt voor iedere versie van het programma.

Voorlopige aanslag
De voorlopige aanslag 2014 die u hebt ontvangen of nog ontvangt, gaat uit van een algemene heffingskorting van € 2.103 (of € 1.065 als u het hele jaar de AOW-leeftijd hebt. Is uw algemene heffingskorting bij uw aangifte inkomstenbelasting 2014 lager, bijvoorbeeld € 1.366? Dan moet u het verschil aan ons terugbetalen bij de aanslag 2014 die u volgend jaar ontvangt nadat u aangifte inkomstenbelasting 2014 hebt gedaan.

Tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning
Hebt u een belastbaar inkomen uit werk en woning boven de € 56.531? Dan hebt u vanaf 2014 minder belastingvoordeel voor zover u kosten van de eigen woning in de vierde  schijf aftrekt. Het belastingvoordeel is dan geen 52% maar in 2014 51,5%. Met ‘aftrek kosten eigen woning' bedoelen wij bijvoorbeeld betaalde (hypotheek)rente.

Het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’ houdt  geen  rekening met deze wijziging. Dit geldt ook voor de nieuwste versie van het programma.

De voorlopige aanslag 2014 die u hebt ontvangen of nog ontvangt, gaat uit van een percentage van 52% voor de aftrek voor kosten van de eigen woning.

Als u volgend jaar aangifte inkomstenbelasting 2014 doet, gaan wij bij de aanslag 2014 die u daarna ontvangt uit van het juiste percentage. U moet dan een klein bedrag terugbetalen.

Belastingtarief in box 2
Vanaf 2014 is het belastingtarief voor het belastbaar inkomen in box 2 (aanmerkelijk belang) aangepast. Over een inkomen tot en met € 250.000 betaalt u 22% belasting. Hebt u een belastbaar inkomen in box 2 van meer dan € 250.000? Dan betaalt u 22% belasting over € 250.000 en 25% belasting over het inkomen daarboven.

In het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’ wordt over uw belastbaar inkomen in box 2 gerekend met 25% belasting. Dit geldt ook voor de nieuwste versie van het programma.

De voorlopige aanslag 2014 die u hebt ontvangen of nog ontvangt , gaat uit van een percentage van 25% voor het belastbaar inkomen in box 2.

Als u volgend jaar aangifte inkomstenbelasting 2014 doet, gaan wij bij de aanslag 2014 die u daarna ontvangt uit van het juiste percentage. U krijgt dan geld terug. 


_________________________________________________________________



Toename aantal valse biljetten

In 2013 is het aantal valse eurobiljetten in Nederland toegenomen. In totaal zijn 37.700 valse biljetten onderschept en geregistreerd, een toename van 28% ten opzichte van de 29.500 valse biljetten die in 2012 werden aangetroffen.



Wereldwijd nam het aantal valse eurobiljetten in 2013 toe met 26% tot 670.000, zo meldde de Europese Centrale Bank (ECB) vandaag in een persbericht. Ten opzichte van de ruim 15 miljard echte eurobiljetten in omloop blijft het aantal aangetroffen valse biljetten nog altijd laag. De valse biljetten die zowel in Nederland als in de andere Europese landen het meest uit circulatie worden gehaald, 
betreffen de coupures €20 en €50 .

De eurobiljetten zijn door de echtheidskenmerken goed beschermd tegen vervalsing. Het is belangrijk dat het publiek alert is en kennis heeft van deze echtheidskenmerken. Informatie hierover is te vinden op de DNB-webpaginaEchtheidskenmerken van eurobankbiljetten .

Verder heeft de ECB vandaag het €10-biljet van de nieuwe Europa-serie onthuld. Op 23 september 2014 zal dit biljet in omloop komen. Met deze nieuwe serie blijft het Eurosysteem de bescherming tegen vervalsing voortzetten, door de eurobankbiljetten nog veiliger te maken met verbeterde echtheidskenmerken. Meer informatie over de Europa-serie is beschikbaar via de speciale website.


__________________________________________________________________


Duizenden woningen nog steeds onverkoopbaar vanwege erfpachtvoorwaarden.

In Nederland zijn nog steeds tienduizenden huizen onverkoopbaar doordat zij op particuliere erfpachtgrond staan, meldt de Volkskrant. Anderhalf jaar geleden leek er een oplossing te zijn gevonden voor deze groep, maar die biedt in de praktijk weinig soelaas.


Tienduizenden huizen in Nederland zijn nog altijd onverkoopbaar omdat zij op particuliere erfpachtgrond staan. Anderhalf jaar geleden leek er een oplossing te zijn gevonden voor deze groep, maar die biedt in de praktijk weinig soelaas.

Een kwart van de naar schatting 250 duizend woningen op particuliere erfpacht is dankzij het nieuwe beleid verkoopbaar (stelt erfpachtadvocaat Koen de Lange). De beroepsvereniging voor notarissen en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) kunnen het aantal niet exact bevestigen. 'Maar dat een hoog aantal contracten niet aan de gestelde criteria voldoet, is ook ons beeld', zegt een woordvoerder van de NVB.

Particuliere verpachters
Wanneer de verpachter in de toekomst zou besluiten de canon exorbitant te verhogen, zou de bewoner de hypotheek mogelijk niet meer kunnen betalen, was de gedachte. Een te groot risico voor bank en huizenbezitter. Daarmee was die groep huizen feitelijk onverkoopbaar geworden.

Groen stoplicht
Vorig voorjaar werd er een oplossing gevonden voor de impasse. Notarissen controleren sindsdien de betrouwbaarheid van de erfpachtcontracten op een aantal criteria. Als het contract de test doorstaat, geeft de notaris een 'groen stoplicht' en kan de bank financieren. Maar in de praktijk blijkt de 'opinie' in driekwart van de gevallen op rood of oranje uitkomt.
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie zegt geen overzicht te hebben. Ook de NVB heeft geen exacte cijfers, maar bevestigt wel dat veel pachters rode en oranje stoplichten te zien krijgen. Dat veel contracten worden afgestemd 'is vooral het bewijs de criteria doen wat ze moeten doen', zegt een woorvoerder. 'Ze filteren de contracten eruit waarbij de lasten in de toekomst voorspelbaar zijn en er dus een veilige en verantwoorde lening kan worden afgegeven.'


_________________________________________________________________


Giften, wat en hoe te doen.

U kunt vanaf 2014 periodieke giften doen via een schriftelijke overeenkomst tussen u en een algemeen nut beogende instelling (ANBI) of een vereniging met ten minste 25 leden. U mag kiezen of u de gift vastlegt in een notariële akte of dat u deze vastlegt in een schriftelijke overeenkomst om voor aftrek in aanmerking te komen. Wilt u een periodieke gift doen aan een goed doel? Als uw periodieke gift voldoet aan een aantal voorwaarden, kunt u deze aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. Er moet dan wel eerst een schriftelijke overeenkomst zijn opgemaakt tussen u en het goede doel. U kunt daarvoor onderstaande formulieren gebruiken.


Periodieke gift in geld
Gebruik het formulier 'Periodieke gift in geld' als u minimaal 5 jaar lang een gift in geld wilt doen aan een goed doel. Het formulier bevat een gedeelte voor u en een gedeelte voor de ontvangende instelling. Als alles is ingevuld, kunt u deze overeenkomst voor uw eigen administratie bewaren.

Periodieke gift in natura
Gebruik het formulier 'Periodieke gift in natura' als u minimaal 5 jaar lang een gift in natura wilt doen aan een goed doel. Een gift in natura is bijvoorbeeld een voedselpakket of speelgoed. Het formulier bevat een gedeelte voor u en een gedeelte voor de ontvangende instelling. Als alles is ingevuld, kunt u deze overeenkomst voor uw eigen administratie bewaren.

Betalingsvolmacht
Wilt u dat uw periodieke gift in geld automatisch naar het goede doel wordt overgemaakt? Dan kunt u het formulier 'Betalingsvolmacht' gebruiken. Als u het formulier helemaal invult en naar de ontvangende instelling verstuurt, geeft u het goede doel toestemming om de gift automatisch van uw rekening af te schrijven.

Downloaden

Periodieke gift in geld (pdf)

Periodieke gift in natura (pdf)

Betalingsvolmacht (pdf)

____________________________________________________________________


Stand van zaken van de Sociale Zekerheid, januari 2014

In deze publicatie vindt u algemene informatie over de verschillende sociale verzekeringen en voorzieningen in Nederland. Ook vindt u hierin de actuele bedragen per 1 januari 2014.

Deze publicatie is bestemd voor iedereen die (rechtmatig) in Nederland verblijft of werkt en bevat onder andere de volgende onderwerpen:

  • Premieoverzicht;
  • Algemene Ouderdomswet (AOW);
  • Algemene nabestaandenwet (ANW);
  • Algemene kinderbijslagwet (AKW);
  • Kindgebonden budget;
  • Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG);
  • Werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong);
  • Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA);
  • Zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen (ZEZ-regeling);
  • Ziektewet (ZW);
  • Werkloosheidswet (WW);
  • Toeslagenwet (TW);
  • Wet werk en bijstand (WWB);
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

  Klik hier voor overzicht  (pdf, 19 pagina's)

___________________________________________________

Veranderingen per 1 januari 2014 m.b.t. de auto

In een verkort overzicht de (fiscale) veranderingen per 1 januari rondom de 'Auto'. Deze veranderingen zijn reeds eerder in de Fintool nieuwsbrieven gemeld

Verbod terugdraaien kilometerstanden
Er komt een verbod op het terugdraaien van kilometerstanden bij personenauto's en bestelauto’s. Ook het adverteren daarover wordt wettelijk verboden. En er komt een wettelijke plicht voor RDW erkende bedrijven om tellerstanden op verschillende momenten aan de RDW door te geven. Onder andere bij de APK, tenaamstelling, export, demontage en bij grotere reparaties.

Kentekencard vervangt papieren kentekenbewijs
Vanaf 1 januari 2014 komt er een kentekencard met chip. Deze gaat het huidige tweedelige papieren kentekenbewijs vervangen.

Maximumtarief nieuw rijbewijs
Per  1 januari 2014 betaalt u maximaal € 38,48 voor een nieuw rijbewijs. Voor 2014 bepaalden gemeenten dit zelf.

Keuringsleeftijd rijbewijs vanaf 1 januari 2014 naar 75 jaar
Vanaf 1 januari 2014 moet u zich als automobilist of motorrijder vanaf 75 jaar elke 5 jaar medisch laten keuren door het CBR.

Geen motorrijtuigenbelasting (mrb) bij weinig uitstoot
U hoeft vanaf 1 januari 2014 geen mrb meer te betalen als uw auto niet meer CO2 uitstoot dan 50 gram per kilometer. Het maakt niet uit wat voor motor de auto heeft. Voor buitenlandse auto's moet ook motorrijtuigenbelasting betaald worden. Dit geldt voor iedereen die:

  • in Nederland gebruik kan maken van een auto met buitenlands kenteken.
  • verplicht is zich in te schrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).

Aangepaste vrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb)
Vanaf 1 januari 2014:

  • hoeft u geen motorrijtuigenbelasting te betalen voor een oldtimer van 40 jaar en ouder;
  • betaalt u (op verzoek) voor een oldtimer met benzinemotor die tussen de 26 en 40 jaar oud is, een aangepast tarief. Dit tarief is maximaal €120 per jaar. Voorwaarde voor het aangepaste tarief is dat u in de maanden december, januari en februari niet met de oldtimer rijdt;
  • betaalt u voor een oldtimer op diesel of LPG vanaf 25 jaar de volledige motorrijtuigenbelasting.

Accijns op diesel en LPG omhoog
Vanaf 1 januari 2014:

  • gaan de accijnstarieven op diesel omhoog met 3 cent per liter;
  • gaan de accijnstarieven op LPG omhoog met 7 cent per liter.

Bedragen boetes verkeersovertredingen
De hoogte van een verkeersboete hangt af van de overtreding. Per 1 januari 2014 gaan de maximale bedragen van verkeersboetes omhoog.

___________________________________________________________________

Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten december 2013

Stijgend consumenten- en producentenvertrouwen wijzen op een omslag van de conjunctuur. Het prille herstel uit zich voor 2014 in een bescheiden economische groei, na een krimp van 1% dit jaar. In 2015 trekt de groei aan tot circa 1%. Dat is ook het jaar waarin de werkgelegenheid weer een lichte stijging te zien geeft, de eerste toename sinds 2011. Na zeven jaar van krimp neemt in 2015 bovendien het reëel beschikbaar inkomen weer significant toe. Dat blijkt uit de nieuwe halfjaarlijkse ramingen van DNB, die gisteren zijn gepubliceerd (zie link).

Klik hier voor "Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten" (December 2013), (pdf, 23 pagina's)

Na een periode van ruim twee jaar waarin het BBP vrijwel voortdurend afnam, lijkt de economie vanaf de zomer de weg omhoog te hebben gevonden. Het herstel heeft lang op zich laten wachten en blijft de komende jaren bescheiden van omvang. De vooruitzichten voor zowel de economische groei als de overheidsfinanciën kunnen aanmerkelijk positiever uitpakken indien de voorziene ontmanteling van de stamrecht-bv’s en de versobering van het Witteveenkader tot extra bestedingen leiden.

Dat het geraamde economische herstel bescheiden blijft, komt vooral doordat huishoudens, banken, pensioenfondsen en de overheid voorrang geven aan het verdere herstel van hun financiële situatie. Dat proces is nog niet voltooid en zet een rem op de binnenlandse bestedingen. Dit effect neemt gedurende de voorspelperiode geleidelijk af. In combinatie met een aantrekkende internationale economische ontwikkeling, wat goed is voor de uitvoer, groeit de Nederlandse economie naar verwachting in 2014 met een half procent en in 2015 met bijna een vol procent.

Woningmarkt op kantelpunt
In het derde kwartaal van 2013 kwam een einde aan een periode van elf kwartalen waarin de gemiddelde huizenprijs voortdurend lager lag dan in het voorafgaande kwartaal. De prijsstijging van bestaande koopwoningen van 0,4% ten opzichte van het tweede kwartaal is een van de signalen die erop duiden dat de woningmarkt zich op een kantelpunt bevindt. Andere positieve signalen zijn het in de loop van 2013 gestegen aantal woningtransacties per maand en het volgens enquêtes groeiende consumentenvertrouwen in de woningmarkt.
Op grond van fundamentele factoren, zoals de daling van het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens, de toename van de werkloosheid en de aangescherpte hypotheekvoorwaarden, zou een beperkte verdere daling van de huizenprijs te verwachten zijn. Daar staat tegenover dat de woningmarkt voor potentiële kopers aantrekkelijker is geworden door de lage hypotheekrente en de verminderde onzekerheid over de hypotheekrenteaftrek en de financierbaarheid van restschulden.
Bovendien is er in potentie een inhaalvraag van starters op de woningmarkt. In de afgelopen jaren hebben beduidend minder personen voor het eerst een woning gekocht dan in de periode voor de kredietcrisis. In de raming wordt ervan uitgegaan dat de komende kwartalen de bovengenoemde factoren elkaar grofweg in evenwicht houden, waardoor de markt voor bestaande koopwoningen stabiliseert. Hierbij is aangenomen dat de beschikbaarheid van hypothecair krediet voldoende zal zijn om de aantrekkende vraag naar hypotheken te accommoderen.

Inflatie
In oktober 2013 kwam de inflatie voor het eerst sinds maart 2011 onder de 2%. De geraamde inflatie voor 2014 en 2015 is met 1% duidelijk lager dan in de drie voorafgaande jaren. Deze lagere inflatie, die gunstig is voor de koopkracht van huishoudens, past bij een economie die nog fors onder het niveau produceert dat normaal gesproken haalbaar is. Het begrotingstekort van de overheid neemt dit jaar af door de genomen consolidatiemaatregelen. Een verdere verbetering van de overheidsfinanciën is afhankelijk van de nadere invulling van voorgenomen beleid, in het bijzonder de versobering van het Witteveenkader.


____________________________________________________________

Kentekencard wordt per 1 januari ingevoerd.

Vanaf 1 januari 2014 is het kentekenbewijs op creditcardformaat een feit. Deze nieuwe kaart vervangt het tweedelige papieren kentekenbewijs. Het nieuwe kentekenbewijs is gebruiksvriendelijker en minder fraudegevoelig. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) heeft het besluit getekend dat invoering van de kentekencard per 1 januari 2014 mogelijk maakt.

 

Schultz: “Binnenkort  hoeft niemand meer die papieren  in de  auto te hebben. Het nieuwe kentekenbewijs past gewoon in je portemonnee. En het is niet alleen veel handzamer: de kaart  is ook lastiger na te maken en daarmee minder gevoelig voor fraude.”

Op de nieuwe kentekencard met chip staan de gegevens van zowel het voertuig als de kentekenhouder. Nu staan die op de twee afzonderlijke delen van het papieren kentekenbewijs. In plaats van het huidige overschrijvingsbewijs krijgt de eigenaar van het voertuig bij de tenaamstelling een tenaamstellingscode. Deze code is nodig als het voertuig van eigenaar wisselt, geschorst, gesloopt of geëxporteerd wordt. Vanwege de veiligheid worden de kentekencards niet bij voertuigbedrijven of postkantoren, maar alleen centraal bij de RDW aangemaakt. De kaart maakt ook het doorverhandelen van gekloonde voertuigen moeilijker. Bij klonen krijgt een gestolen auto hetzelfde kenteken als een auto van hetzelfde merk en type.

De kentekencard houdt hetzelfde tarief als het papieren kentekenbewijs en gaat gelden voor alle voertuigcategorieën. De kaart wordt geleidelijk ingevoerd. Nieuwe voertuigen krijgen vanaf 1 januari bij aflevering een kentekencard. Bestaande voertuigen krijgen een kentekencard als het voertuig op naam van een nieuwe eigenaar overgeschreven wordt. Of als het bestaande kentekenbewijs om andere redenen tussentijds vervangen moet worden. De verwachting is dat in 2019 alle papieren kentekenbewijzen zijn vervangen door kentekencards.

Met de wetswijziging is ook geregeld dat mensen op termijn op meer plekken hun voertuig op naam kunnen zetten. Er is een aparte regeling gemaakt waardoor het ook voor andere geïnteresseerde partijen mogelijk wordt kentekencards uit te geven. Als geregeld is dat de handhavende instanties altijd online toegang kunnen hebben tot het kentekenregister kan ook de toonplicht van het kentekenbewijs in Nederland verdwijnen.

De algehele wijziging levert daarmee uiteindelijk een flinke besparing op van de administratieve lasten voor bedrijven en burgers. Het gaat op termijn om een jaarlijkse besparing van 24 miljoen euro aan administratieve lasten.

____________________________________________________________

Kinderopvangtoeslag: nieuw in 2014

De overheid gaat meer bijdragen aan de kosten voor kinderopvang:
- De maximumvergoeding per uur gaat omhoog.
- Ouders met een inkomen van € 47.812 of meer krijgen een hogere bijdrage voor het kind met de meeste opvanguren.
- Ouders met hogere inkomens kunnen weer kinderopvangtoeslag krijgen voor het kind met de meeste opvanguren.

Op tijd kinderopvangtoeslag aanvragen
Vraagt u kinderopvangtoeslag in 2014 aan? U moet de toeslag aanvragen binnen 3 maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat. Wacht daarom niet te lang met aanvragen, anders loopt u kinderopvangtoeslag mis.

Voorbeeld
Uw kind gaat vanaf 10 april 2014 naar de kinderopvang. U moet dan uiterlijk 31 juli 2014 kinderopvangtoeslag aanvragen.

Bereken uw kinderopvangtoeslag voor 2014
Maak een proefberekening om te zien of uw kinderopvangtoeslag verandert.

____________________________________________________________

Consumentenvertrouwen weer gestegen.

Consumenten krijgen steeds meer vertrouwen in de woningmarkt. Dat blijkt uit de Eigen Huis Marktindicator, die in elf maanden tijd met dertig punten steeg. Ook het CBS meldt een stijging in het consumentenvertrouwen.

Vereniging Eigen Huis
In november 2013 staat de Eigen Huis Marktindicator op waarde 81. Dat is drie punten hoger dan in oktober. In juni 2008, vlak voor het uitbreken van de crisis, bereikte de Eigen Huis Marktindicator een hoogste waarde van 87. Het vertrouwensverlies dat sindsdien is opgetreden, is dus goeddeels ingelopen.

CBS
Consumenten waren in november veel minder somber dan in oktober. Het consumentenvertrouwen steeg 9 punten en kwam uit op -18. Consumenten waren voor het eerst sinds het voorjaar van 2011 weer positief over de toekomstige economische situatie.

De stemming over het economisch klimaat verbeterde de afgelopen maanden sterk. De deelindicator steeg in november met 18 punten en kwam uit op -16. Het oordeel over de economische situatie in de komende 12 maanden verbeterde het meest. Voor het eerst sinds het voorjaar van 2011 zijn er meer optimisten dan pessimisten. Ook de stemming over de economie in de afgelopen 12 maanden verbeterde aanzienlijk.

De koopbereidheid van consumenten nam in november ook toe, maar minder sterk dan het vertrouwen in het economisch klimaat. De deelindicator koopbereidheid steeg van -23 naar -19. Consumenten waren minder negatief over de ontwikkeling van hun eigen financiële situatie, maar ze vonden de tijd wel minder gunstig voor het doen van grote aankopen, zoals wasmachines en televisies, dan in oktober.

____________________________________________________________

Landelijk Incasso Centrum Belastingdienst

Op 18 november opende Staatssecretaris Weekers het Landelijk Incasso Centrum van de Belastingdienst. Met deze opening zet de Belastingdienst een nieuwe stap in de verbetering van het invorderingsproces. Het Landelijk Incasso Centrum komt in actie als de belastingbetaler de herinnering, de aanmaning en het dwangbevel op de aanslag heeft genegeerd.

Het incassobureau probeert te komen tot een telefonisch incasso of een betalingsregeling. In 75% van de telefoongesprekken lukt dit, met een gemiddeld bedrag van duizend Euro. Weekers: ‘Een vriendelijk telefoontje met een welwillende belastingbetaler werkt beter dan een dreigende brief’.

Mensen die wel kunnen maar niet willen betalen, komen bij het Landelijk Incasso Centrum op een “watch list dubieuze debiteuren”. Als blijkt dat wanbetalers weer loon krijgen of een boot of huis kopen dan wel een erfenis krijgen, wordt door de dienst direct beslag gelegd.

De fiscus maakt dus een duidelijk onderscheid tussen de welwillende belastingbetaler en de wanbetaler. Die laatste moet weten dat de Belastingdienst een lange arm en een nog langere adem heeft. En het Landelijk Incasso Centrum dat op 18 november officieel werd geopend, draagt daar een behoorlijke steen aan bij.

____________________________________________________________


Aantal faillissementen in oktober bedraagt 743

Uit cijfers van het CBS blijkt dat In oktober 2013 zijn 743 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Dat zijn 147 faillissementen meer dan in september. Toen is het laagste aantal tot nu toe in 2013 gemeten.

 Van de in oktober 2013 failliet verklaarde bedrijven waren de meeste actief in de handel (173), de bouw (97) en de specialistische zakelijke diensten (86). De stijging van de faillissementen in oktober is toe te schrijven aan een extra zittingsdag.

Het aantal zittingsdagen per maand fluctueert. Voor een beter beeld van de ontwikkeling van het aantal faillissementen wordt daarom doorgaans gekeken naar de ontwikkeling van het voortschrijdend driemaandsgemiddelde. In oktober kwam dit gemiddelde uit op 649. Het gemiddelde is voor de derde achtereenvolgende keer lager dan in de voorgaande maand.

Er zijn in de eerste tien maanden van 2013 veel faillissementen uitgesproken. Met 7097 is het aantal failliet verklaarde bedrijven en instellingen 14 procent hoger dan in dezelfde periode in 2012.

____________________________________________________________


Zorgmijding als gevolg van de verhoging van het eigen risico is beperkt.


In 2013 is het verplicht eigen risico verhoogd van 220 naar 350 euro. Tegelijkertijd zijn de laagste inkomens via de zorgtoeslag volledig gecompenseerd voor deze verhoging van het eigen risico. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar de effecten van de verhoging van het eigen risico. Uit een enquête onder verzekerden blijk t dat de invloed van de verhoging van het eigen risico op het zorggebruik beperkt is. Het valt op dat voor verzekerden kosten een grotere rol spelen in 2012 dan in 2013, ondanks de verhoging van het verplicht eigen risico per 2013.
Verplicht eigen risico

Het verplicht eigen risico heeft tot doel het kostenbewustzijn van verzekerden te vergroten doordat zij bij gebruik van zorg zelf (een deel van) hun zorgkosten betalen en deze kosten niet volledig ten laste van de zorgverzekering komen. Op die wijze draagt het verplicht eigen risico ertoe bij dat verzekerden, voordat zij naar een zorgverlener stappen, nog een keer afwegen of het nodig is. Daarmee kan het onnodig gebruikmaken van zorg worden afgeremd, en blijft de zorgverzekeringspremie op een aanvaardbaar niveau. Verhoging van het eigen risico leidt tot verlaging van de premie, die is daarmee beter te betalen voor iedereen. Om de zorg toegankelijk te houden is o.a. bezoek aan de huisarts uitgezonderd van het eigen risico. Ook geldt voor kinderen onder de 18 geen eigen risico. Daarnaast worden lagere inkomens mede voor het eigen risico gecompenseerd via de zorgtoeslag.

Veel misvattingen
Uit de enquête blijkt dat er veel misvattingen over het eigen risico bestaan. 19% van de mensen denkt onterecht dat een bezoek aan de huisarts onder het eigen risico valt. Maar liefst 41% van de mensen denkt onterecht dat een bezoek aan een medisch specialist niet onder het eigen risico valt.

Gezien deze misvattingen zal de minister dit najaar in de publiekscampagne over veranderingen in de zorgverzekering extra aandacht besteden aan het eigen risico. Ook vraagt de minister andere partijen zoals zorgverleners, zorgverzekeraars en consumenten- en patiëntenorganisaties extra aandacht aan voorlichting te geven.

Afzien van zorg
Uit de enquête blijkt verder dat 20,2% van de mensen van 18 jaar en ouder in 2012 of tot en met augustus 2013 wel eens heeft afgezien van zorg. Bij 7,5% ging het waarschijnlijk om ‘gewenst afzien van zorg’ omdat de klacht bijvoorbeeld niet ernstig was of vanzelf is verdwenen. Bij 8,7% kan op basis van dit onderzoek niet gezegd worden of het gewenst of ongewenst was.

4% van de verzekerden van 18 jaar en ouder heeft waarschijnlijk weleens ‘ongewenst afgezien van zorg’. Hiervan is sprake als de klachten zijn verergerd of bijvoorbeeld als mensen bang zijn dat ze iets ergs hebben of opzien tegen de behandeling en daarom niet naar de zorgverlener gaan. 2% van de verzekerden geeft aan wel eens ongewenst van zorg te hebben afgezien vanwege de kosten. Van de mensen die waarschijnlijk ongewenst afzien van zorg bezoekt de helft de huisarts niet omdat zij denken dat ze voor het bezoek aan de huisarts moeten betalen, terwijl dat niet zo is. Het gaat dan om 1,8% van de verzekerden.

Al met al wordt er meer gewenst afgezien van zorg dan ongewenst afgezien van zorg (7,5% respectievelijk 4% van de verzekerden).

Effect eigen risico
De invloed van de verhoging van het verplicht eigen risico is beperkt. Voor 0,5% van de mensen geldt dat als het eigen risico dit jaar niet was verhoogd, zij mogelijk wel naar een zorgverlener waren gegaan. Het gaat hier niet per definitie om ongewenst afzien van zorg.

____________________________________________________________